Impact meten van nieuwe medicijnen

Wat is de gezondheidswinst bij gebruik van een nieuw medicijn? Zijn er minder bijwerkingen en ziekenhuisopnamen? Draagt het nieuwe medicijn bij aan de betaalbaarheid van onze gezondheidszorg? Deze vragen stonden centraal in een meting naar de maatschappelijke impact van nieuwe medicijnen van twee beursgenoteerde producenten van medicijnen, AstraZeneca en Novartis.

De beide farmaceutische ondernemingen zijn opgenomen in een speciaal ingerichte portefeuille van beursgenoteerde bedrijven, een ‘impact-portefeuille’ gericht op het behalen van een minimaal marktconform financieel rendement. Voor de sectoren water, energie en voedsel wordt de impact uitgedrukt in respectievelijk vermeden ton CO2, geproduceerde kubieke meters schoon water, geproduceerde megawatt hernieuwbare energie en tonnen voedsel. Dit proberen we te meten via standaarden die we samen met andere partijen ontwikkelen.

Onontgonnen terrein

Voor gezondheidsimpact ligt het ingewikkelder. Het beursgenoteerde Novartis waarmee we een project hebben gedraaid, verkoopt wereldwijd zo’n 200 medicijnen; sommige al lang geleden op de markt gebracht, andere recenter. Hoe stellen we vast dat een belegde pensioeneuro in deze onderneming bijdraagt aan een positieve impact op de gezondheidszorg? En naar welke aspecten moet er dan specifiek worden gekeken? Voert de betreffende farmaceut een duurzaam prijsbeleid ten aanzien van al zijn producten, waardoor deze een bijdrage levert aan de financierbaarheid van zorgstelsels?

Omdat dit nog onontgonnen terrein is, zijn we met één medicijn begonnen dat vrij recent op de Nederlandse markt kwam – een nieuw middel doet er doorgaans 13 jaar over voordat het tot de markt wordt toegelaten. In de toekomst willen we de impact meten van meer medicijnen, in meer landen. Het is voor het eerst dat een institutionele belegger grote farmaceutische concerns vraagt dit soort impact op deze manier te meten. De resultaten van de twee bedrijven zijn gevalideerd door een onafhankelijke partij: het institute for Medical Technology Assessment (iMTA), onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Niet alleen ‘geld met geld’ maken

Het mes snijdt aan twee kanten: farmaceuten, die tegenwoordig uiterst kritisch worden gevolgd als het gaat om hun prijsbeleid, doen zo ervaring op met het formuleren van hun maatschappelijke bijdrage. En PFZW heeft de data nodig ter illustratie van het uitgangspunt: financieel rendement en maatschappelijk rendement kunnen hand in hand gaan. Meer inzicht in deze impact, dwars door het hele productenpalet van farmaceutische ondernemingen, is nodig om pensioenbeleggen meer te laten zijn dan ‘geld met geld’ te maken. In het ideale geval laten dit soort beleggingen zien aan een verpleger of een arts dat hun premie niet alleen bijdraagt aan hun eigen pensioen, maar ook aan een betere gezondheidszorg.