PFZW werkt samen in een internationaal convenant voor pensioenbeleggingen (IMVB)

Nederlandse pensioenfondsen, maatschappelijke organisaties, de vakbeweging en de overheid werken sinds december 2018 samen op het gebied van duurzaam beleggen. Zij tekenden samen het Convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Pensioenfondsen (IMVB). Ook PFZW doet hieraan mee. Ruim 70 pensioenfondsen werken samen binnen IMVB en vertegenwoordigen samen 1180 miljard euro.

Van pensioenfondsen wordt verwacht dat zij inzicht hebben in de maatschappelijke impact van ondernemingen in hun beleggingsportefeuille. Wanneer die ondernemingen ernstige negatieve impact op samenleving of milieu veroorzaken is het aan pensioenfondsen om hen daarop aan te spreken.

Een belangrijks stap is in 2018 gezet met het IMVB Convenant. Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (IMVB) gaat over het implementeren van de OESO-richtlijnen voor multinationals (OESO-richtlijnen) en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s) door pensioenfondsen. Het OESO-richtsnoer voor institutionele beleggers biedt een leidraad voor deze beleggers, zoals pensioenfondsen, hoe zij dit kunnen doen. Deze vormt dan ook de basis van het IMVB Convenant.

Pensioenfondsen die het convenant ondertekenen, committeren zich aan het implementeren van de OESO-richtlijnen en de UNGP’s in hun beleggingsportefeuille. De UNGP’s stellen dat elke onderneming de verantwoordelijkheid heeft om mensenrechten te respecteren. Ook moet elke onderneming een mensenrechtenbeleid hebben. Vanuit de OESO-richtlijnen wordt van pensioenfondsen verwacht dat zij een ESG beleid hebben. Daarnaast moeten pensioenfondsen een ESG due diligence proces inrichten. Tenslotte wordt van pensioenfondsen verwacht dat zij bij ondernemingen in de beleggingsportefeuille, die ernstige negatieve impact op samenleving of milieu hebben veroorzaakt, aandringen op herstel en/of verhaal voor benadeelden.

Risico’s opsporen

Pensioenfondsen die het convenant ondertekenen, moeten binnen twee jaar OESO-richtlijnen verankeren in hun ESG-beleid. In die richtlijnen staat hoe ze risico's moeten opsporen en hoe ze daarover moeten rapporteren.

Het convenant bestaat grofweg uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel, het zogenaamde ‘brede spoor’, gaat over het implementeren van de OESO-richtlijnen en de UNGP’s in de beleggingsportefeuille van pensioenfondsen zoals hierboven beschreven. Het tweede gedeelte, het ‘diepe spoor’, gaat over samenwerking tussen de verschillende convenantpartijen (pensioenfondsen, de overheid, vakbonden en maatschappelijke organisaties).

Partijen gaan in de komende 4 jaar samenwerken aan circa 6 concrete engagement casussen met ondernemingen binnen de beursgenoteerde aandelenportefeuille van pensioenfondsen. Daarbij gaat het om sociale onderwerpen zoals mensenrechten of arbeidsomstandigheden. Het doel van het diepe spoor is om de effectiviteit van engagementtrajecten te vergroten en om als convenantpartijen van elkaar te leren. Het diepe spoor is optioneel.

Er komt een monitoring-commissie die kijkt of pensioenfondsen doen wat ze hebben toegezegd.

Waarom een IMVB Convenant?

De OESO-richtlijnen zijn bindend voor OESO-lidstaten, zoals Nederland. De Nederlandse overheid heeft ervoor gekozen om de richtlijnen niet eenzijdig aan het bedrijfsleven op te leggen door wetgeving, maar het aan sectoren zelf over te laten via Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) convenanten. Die convenanten stellen de sectoren op in overleg met vakbonden, maatschappelijke organisaties en de overheid.

In 2014 heeft de overheid een sector risicoanalyse laten uitvoeren om te bepalen in welke sectoren in Nederland de grootste risico’s bestaan op het gebied van verantwoord ondernemen. De pensioensector is een van de 13 sectoren (naast bijvoorbeeld textiel en kleding, olie en gas, chemie, banken en verzekeraars) die uit die analyse naar voren kwamen. Aangezien de risico’s bij de pensioensector in de beleggingsportefeuille zitten en niet bij het pensioenfonds zelf, wordt gesproken over ‘beleggen’ (IMVB) en niet over ‘ondernemen’ (IMVO).

Wat betekent het IMVB Convenant voor PFZW?

Pensioenfondsen die het convenant ondertekend hebben, moeten de OESO-richtlijnen en UNGP’s binnen twee jaar verwerken in hun beleid, binnen drie jaar in hun uitbesteding en monitoring en binnen drieënhalf jaar in hun rapportage (transparantie). Veel fondsen voldoen al gedeeltelijk aan de criteria uit het convenant, maar er is vaak nog verbetering mogelijk.

Ook valt er vaak nog iets te verbeteren aan de vastlegging in relevante documenten (bijvoorbeeld het verantwoord beleggen beleid, beleggingsmandaten of het jaarverslag). Wanneer pensioenfondsen participeren in het diepe spoor – zoals PFZW doet - moeten zij actief deelnemen aan de leersessies die rond de engagementcasussen georganiseerd worden. Dit vraagt capaciteit van pensioenfondsen.

De komende vier jaar gaan we aan de slag om het convenant te implementeren en daarmee duurzaam beleggen naar een nog hoger plan te tillen. In 2018 zijn we hier al mee gestart: we hebben onze processen en beleid herzien op basis van de OESO-richtlijnen. Wanneer is de negatieve impact op de wereld een materiële kwestie en wanneer is het een opvallend probleem waar we ons op moeten concentreren ongeacht de impact ervan op het bedrijf? Hoe combineren we deze terwijl we het verschil nog steeds zichtbaar maken? We zijn in 2018 begonnen aan deze discussie en zullen die in 2019 voortzetten.